IJzergieterijen als kraamkamer.
IJzergieterijen.
Uit de oude ijzergieterijen in de regio, vooral degene die als hoogoven begonnen, is een belangrijk metaalindustrie ontstaan, een industrie die van internationale betekenis is.
(Zie artikel Elsevier, begin december 2022)
Dat was in de allereerste, de Gaanderense IJzermolen, 1698-1810, nog niet het geval.
Van de andere hoogoven/ ijzergieterijen kunnen bijna bij elke fabriek wel ‘telgen’ worden genoemd, in sommige gevallen ‘kleinkinderen’ of ‘aangetrouwd’.
Vooral naar de DRU uit 1754 zijn veel ondernemingen terug te leiden. Geen wonder: dat is de fabriek die, nu nog deels onder een andere naam, het langste bestaat en het is ook de grootste geworden in de streek. In 1956 werkten er tegen de 1500 werknemers.
Vaak werd een fabriek opgericht door werknemers die voor zichzelf wilden beginnen. Soms kwam er een onderneming omdat er veel kennis van ijzer en staal aanwezig was en er arbeiders beschikbaar zijn in de regio. Dat kon ook het geval zijn bij een fusie. Zo kwam Etna uit Breda naar deze streek.
De jongste van de ijzergieterijen hier in de buurt is De Lovink in Terborg, daterend uit 1910. Deze had sinds midden de jaren ’80 een bijzondere innovatieve techniek om producten te gieten: de ‘lost-foam-giettechniek’. In de serre van het ijzermuseum, dat zich in het gebouw van de ‘Afbramerij’ bevindt, is er een mooie opstelling van. Ze zijn bij de Lovink in 2020 met de ijzergieterij gestopt en gaan verder met alleen kunststof, een terrein waarop ze veel kennis en ervaring verkregen door één van hun producten, nu hun enige product: ondergrondse kabelmoffen.
Van de 12 ijzergieterijen die er ooit van Doesburg tot in Bocholt langs de Oude IJssel en de Aa-strang waren, zijn er slechts twee nog in werking.
(Zie route-boekje IJZERWERK, gratis verkrijgbaar bij de VVV tegenover de Fakkel).
Emaillefabrieken.
Vanaf 1860 begonnen enkele hoogovens/ ijzergieterijen met emailleren. Meestal waren het afdelingen van de fabriek, maar bij de DRU werd er in 1913 een nieuwe fabriek voor gebouwd. Het gebouw heeft nu de merkwaardige naam ‘Beltmancomplex’ (naar de architect). Zelfs werd 7 jaar later voor de badkuipen een nieuwe emaillefabriek opgericht. Het gebouw heet nu de ‘Badkuipenfabriek.
Ferro Techniek uit Gaanderen (officieel vroeger Terborg) is een voorbeeld van een zelfstandige emailleer-fabriek. Veel producten werden er geëmailleerd, van reclameborden tot pandragers tot rookgaszuiveringinstallaties. ATAG uit Ulft liet er veel emailleren. Ze gebruiken emaille nu voor zeer innoverende toepassingen in de industrie.
Een bekende in oppervlakte bewerking is ook Ulamo in Ulft (de Ulftse Lak-en Moffelfabriek).
‘Sentimo’ radiotorbekleding is een product van hen.
Staal: plaat – staal – balk.
Rond 1900 begonnen sommige ijzergieterijen ook staal te verwerken. Dat was gekocht staal. Zelf hebben de ijzergieterijen hier nauwelijks staal gegoten. Waar het in de eerste decennia werd gekocht (Becking en Bongers, Vulcaansoord) is niet bekend, waarschijnlijk in het Ruhrgebied.
(Hoogovens IJmuiden, het huidige Tata Steel, bestaat pas sinds 1918 en maakte eerst alleen ruwijzer, broodjes voor de ijzergieterijen. De eigen (plaat)staalproductie begon vlak voor de Tweede Wereldoorlog, in 1939).
Aanvankelijk was het vooral plaatstaal, ook wel als plaatijzer aangeduid, dat ze verwerkten met persen. Die afdeling werd de Stamperij genoemd. De DRU begon ermee in 1920. De Stamperij was waar tegenwoordig de bibliotheek is. Rond 1960 hebben ze daar een nieuwe hal voor gebouwd, aan het eind van het toenmalig terrein. Veel producten werden toen van plaatstaal gemaakt: in de huishoudelijke sector als keukengerei, maar ook bijv. gaskachels en voor de toelevering naar andere bedrijven. ATAG liet het gietwerk bij de DRU maken. Het plaatwerk deden ze zelf.
Langzamerhand gingen de ijzergieterijen dicht in de decennia na de oorlog, maar het plaatwerk bleef bestaan. Zo maakte de DRU dashboards voor Volvo-auto’s.
Ook de nieuwe bedrijven die opgericht werden, waren veelal bedrijven die plaatstaal verwerken.
Voor de persen is een ‘stempel’ nodig. Dat is het onderdeel dat de afdruk in het plaatstaal maakt. Op den duur maakten die bedrijven ook de stempels zelf: de ‘stempelmakerij’ of de ‘gereedschapsmakerij’.
Er ontwikkelden zich bedrijven die enorm goed zijn in ‘high-precision-technology’. Daar is draaien en fresen het dagelijks werk en is ‘mu’ nog een grove maat. In Ulft zijn nu vier stempelmakerijen. Daar werken slechts 10 tot 30 mensen, maar ze maken er een zeer bijzonder product. En natuurlijk zijn er bedrijven die in staal handelen of die met stalen balken werken, veelal constructiebedrijven, soms ontstaan uit een smederij. Arendsen in Ulft is zo’n bedrijf en Kramp in Varsseveld.
Telgen.
Onderstaand volgt een opsomming van ‘telgen’ van de IJzergieterijen. De meeste van die ondernemingen bestaan nog. Een aantal is verleden tijd. Alleen in Ulft hebben we het over: ‘Karel Reigers’ Fabriek voor Stoom- en andere Werktuigen / Becking en Bongers ofwel de Ni’je Hut / Finis / IJzerconstructiebedrijf Bollmann / Hesling / de Eik / Giesen koffiebranders / ATAG / Ulamo / Benraad / Wopereis / Emmef / Lentink / ARO / Aalders (de Heurne) / Imetaal / Wanders (Netterden) / Arendsen / Tieltjes / De Vink / DRU Verwarming / DRU-SSP / DRU-IP&S / Verheij Metaal / Multi Cycle / Eillert / Stienezen / Bekker / Begedo / Expansor / Kendrion / Exerion / Hencon / Metach. en zo zullen er nog meer zijn.
En verder als ‘telgen’ van de ijzergieterijen in Bocholt, Isselburg, Terborg, Gaanderen, Doetinchem, Laag-Keppel en Doesburg:
Metallbau Klemens Sanders GmbH / Dreherei H.&A. Bastijans GmbH / Krabbe Bernhard GmbH & CO KG / Broemmling Stahl- und Metallbau GmbH / HWE Metallbau / Isselburg GuB- und Bearbeitung GmbH / Beccon / Intermeco / Van Gent / Dieker / Neerlandia / Pelgrim / EDY / Kaak / Ferro / Smederij Klein Project / Ter Hart Machinefabriek / Nijman-Arendsen / Keppel Kunststof / Ubbink Kunststoffen / Verblifa / Forga / Lovink Enertech /
‘En wellicht hebben we er nog een paar vergeten.’